het menselijk lichaam

Views:
 
Category: Entertainment
     
 

Presentation Description

No description available.

Comments

Presentation Transcript

Het menselijk lichaam : 

Het menselijk lichaam

De hoofdstukken : 

De hoofdstukken De schedel Sleutelbeen Schouderblad Borstbeen Ribben Wervelkolom Staartbeen Opperarbeen Ellepijp Spaakbeen Dijbeen Knieschijf Scheenbeen Kuitbeen

De schedel : 

De schedel Zeer belangrijke functies van de schedelbeenderen zijn stevigheid en bescherming. Het neurocranium beschermt de hersenen terwijl het neurocranium én het viscerocranium de belangrijke zintuigen van het hoofd beschermen (ogen, gehoororgaan, reukepitheel, smaakzin). Bovendien bieden het viscerocranium en de schedelbasis bescherming aan de pharyngeale delen van de tractus digestivus en tractus respiratorius, aan de neusholte en mondholte, en vormen zij een basis voor de aanhechting van spieren, aponeurosen en andere bindweefselstructuren.

sleutelbeen : 

sleutelbeen Wat is een sleutelbeen Het sleutelbeen (clavicula) is een rond bot dat het schouderblad verbindt met het borstbeen. Aan beide uiteinden zit een gewricht. Tussen borstbeen en sleutelbeen zit het Sterno-claviculaire gewricht, tussen schouderblad en borstbeen het Acromio-claviculaire gewricht. Omdat dit behoorlijk beweeglijke gewrichten zijn, die ook nog klappen moeten opvangen zit in beide nog een kraakbeenschijfje (een zogenaamde meniscus). Alle bloedvaten en zenuwen naar de arm lopen onder het midden van het sleutelbeen door. Welke letsels komen er bij het sleutelbeen voor en gebroken sleutelbeen treedt op door een val op de schouder of een directe klap. De kracht van de val wordt via het schouderblad overgebracht op het sleutelbeen. Het is een veel voorlomend letsel bij vooral twee groepen mensen: kinderen en atleten. Het gebeurt zelfs wel eens dat tijdens de geboorte van een baby het sleutelbeen al blijkt te zijn gebroken. Het sleutelbeen van een kind kan gemakkelijk breken omdat het sleutelbeen pas volledig is uitgehard als je 20 jaar oud bent. Van de sporters zie je het regelmatig bij wielrenners. Ontwrichting van het sleutelbeen - Door een val op de elleboog kan het acromioclaviculaire gewricht uit de kom raken. Door een directe klap of botsing met een tegenstander kan het sternoclaviculaire gewricht luxeren. Meniscusscheur van de gewrichtjes ontsteking of overbelasting van de gewrichtjes

Schouderblad : 

Schouderblad Het schouderblad (scapula) is een driehoekig dun bot. Het vormt de verbinding van de bovenarm met de romp. Het schouderblad is aan de romp bevestigd met het sleutelbeen. In de gewrichten tussen het sleutelbeen en het borstbeen en tussen het sleutelbeen en het schouderblad, kan een grote bewegingsuitslag worden gemaakt. Daardoor kan de arm helemaal omhoog worden gebracht langs het hoofd en kan de hand een bijna bolvormige ruimte bereiken wanneer we iets willen pakken. Om deze bewegingen met kracht te kunnen maken zijn er veel sterke spieren aan het schouderblad bevestigd. Het schouderblad wordt daardoor goed beschermd tegen inwerkende krachten. Daardoor breekt het haast nooit. Schouderblad-breuken beslaan dan ook minder dan 1% van het aantal botbreuken. Hogesnelheids-ongevallen zoals een motor- of auto-ongeluk of een val van een behoorlijke hoogte kunnen het schouderblad doen breken. Vaak zien we daarbij ook andere grote verwondingen optreden zoals gebroken ribben en schade aan hoofd, longen en de ruggenwervels.

borstbeen : 

borstbeen Het borstbeen of sternum is het been in het midden van de borstkas waaraan de sleutelbeenderen en de ware ribben vastzitten. Het borstbeen maakt samen met de ribben ventilatie van de luchtwegen mogelijk. Het borstbeen bestaat uit een bovendeel: het handvat (manubrium), een middendeel (corpus) en een onderste, kraakbenig deel: het zwaardvormig uitsteeksel

Ribben : 

Ribben De ribben (costae) zijn beenderen die samen de borstkas of ribbenkast vormen. Ze omvatten de borstholte (thorax) van gewervelden. De functie van de ribben is de ventilatie van de luchtwegen mogelijk maken. Door de ribben is mogelijk een onderdruk te creëren zodat inademen mogelijk wordt. Het menselijk skelet telt 24 ribben, 12 aan elke zijde (een minderheid van de mensen heeft een paar ribben meer of minder). De ribben zitten aan de achterzijde van het lichaam vast aan de wervelkolom, de bovenste zeven paar zit vast aan het borstbeen aan de voorzijde (de ware ribben, C. verae, I-VII). De achtste, negende en tiende ribbenparen zijn aan de voorzijde verbonden met de bovengelegen rib, deze staan bekend als de valse ribben (C. spuriae, VIII-X). De onderste twee paar, nummers elf en twaalf, zitten aan de voorzijde niet vast en heten daarom de zwevende ribben (C. fluctuantes, XI-XII). Tussen de ribben zitten spieren, zenuwen en aderen. De ribbenkast is elastisch (door gewrichten tussen de ribben en de wervels, en kraakbeen tussen de ribben en het borstbeen en tussen de valse ribben onderling), hierdoor is ademhaling mogelijk: de ribbenkast kan uitzetten en krimpen. Er is een legende dat mannen een rib minder zouden hebben dan vrouwen, dit is onjuist. De legende is gebaseerd op het bijbelverhaal van Adam en Eva

Wervelkolom : 

Wervelkolom De menselijke wervelkolom (ook wel ruggengraat genoemd) bestaat uit 33 of 34 wervels, met tussen elke twee wervels een tussenwervelschijf (behalve tussen Atlas en Axis). Bij 99,9% van de mensen klopt dit. In uitzonderlijke gevallen komt ook wel eens een zesde lendenwervel voor. Van boven naar onderen: 7 nekwervels (cervicale lordose) 12 borstwervels (thoracale kyphose) 5 lendenwervels (lumbale lordose) het heiligbeen, een vergroeiing van 5 wervels (sacrale kyphose) het stuit- of staartbeentje, een vergroeiing van 4 of 5 wervels (coccygeale wervelkolom) De naamgeving voor de individuele wervels wordt in jargon afgekort tot C1-C7 voor de cervicale- of nekwervels; tot T1-T12 of Th1-Th12 voor de thoracale- of borstwervels en tot L1-L5 voor de lumbale- of lendenwervels. Het midden van de lendenwervels bevindt zich 2 cm boven de bekkenkam. Door de vorm van de wervels en omdat ze boven elkaar zijn gepositioneerd, ontstaat er een hol kanaal dat door de wervelkolom loopt. Dit kanaal noemt men het wervelkanaal, hierbinnen bevindt zich het ruggenmerg. Vernauwing van het wervelkanaal heet wervelkanaalstenose. Na lang staan of lopen kan dit pijnklachten geven. Deze kunnen verdwijnen na verandering van houding (zitten, hurken, op de zij liggen). Stenose komt vooral bij oudere mensen voor. De wervels beschermen het ruggenmerg en dragen het gewicht. Naarmate het te dragen gewicht groter wordt, worden ook de wervels groter en anders van vorm. De wervelkolom steunt op het bekken. De wervelkolom van de mens heeft een s-vorm. Door deze vorm worden schokken die ontstaan bij lopen of rennen geïsoleerd van de gevoelige hersenen. De krommingen in deze s-vorm worden aangeduid met de termen kyfose en lordose. Een kyfose is een kromming met de bolle kant richting de achterzijde, zoals in de thoracale en de sacrale wervelkolom. Een lordose is een kromming met de bolle kant richting de voorzijde, zoals in de cervicale en de lumbale wervelkolom. Een scoliose is een onnatuurlijke kromming in links-rechts richting.

Staartbeen : 

Staartbeen Staartbeen. (Sobotta atlas) Omdat mensen hun staart niet gebruiken, is de staart bijna verdwenen. Het enige wat er van de staart is overgebleven, is het staartbeen, ook wel stuitje genoemd. Het staartbeen van de mens is rudimentair, dat betekent dat het er nog wel zit maar geen functie heeft. Het staartbeen bestaat meestal uit drie of vier vergroeide ruggenwervels (rudimentaire staartwervels) onder het heiligbeen. Op het naar het heiligbeen gerichte vlak liggen de twee stuitbeenhoorns, de cornua coccygea. Het zijn resten van de gewrichtuitsteeksels van de eerste staartwervels die alleen nog maar uit kleine, ronde knobbeltjes bestaan. De staartwervels nemen van boven naar beneden in grootte af. Alleen de eerste staartwervel vertoont nog overeenkomsten met de bouw van een typische wervel. Aan deze wervel kunnen twee uitsteeksels voorkomen. Het staartbeen is omgeven door een grote hoeveelheid bindweefsel waardoor verschillende zenuwen lopen. Het stuitbeen of een stuitstaartwervel, kan met het heiligbeen vergroeid zijn. Als er een lenden- of een staartwervel met het heiligbeen vergroeid is, dan is het heiligbeen groter dan normaal. Dit komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Opperarmbeen : 

Opperarmbeen Het `opperarmbeen` wordt in de anatomie ook wel `humerus` genoemd. De humerus heeft een lang lichaam, het `corpus humeri` en twee knotsvormige uiteinden. Als men in de humerus beschrijft, beschrijft men afzonderlijk het `proximale` uiteinde, bij de bovenarm is dit het uiteinde aan de schouder, en het `distale` uiteinde, dit is het uiteinde aan de e

Ellepijp : 

Ellepijp De ellepijp (Latijn: ulna) is een bot in het menselijk lichaam dat zich bevindt in de onderarm aan de zijde van de pink. Het vormt in hoofdzaak een gewricht met het opperarmbeen (humerus). De ellepijp is voorzien van een haakvormig uitsteeksel dat om de trochlea van de humerus draait. De harde botstructuur aan de achterzijde van de elleboog is onderdeel van deze haakvorm en wordt het olecranon genoemd

Spaakbeen : 

Spaakbeen Het spaakbeen (lat.: radius) is een bot in de voorarm, dat zich uitstrekt van de elleboog naar de pols aan de kant van de duim. Het spaakbeen bevindt zich aan de laterale kant van de ellepijp, die langer en groter is. De bovenkant is smal, en vormt slechts een klein gedeelte van het ellebooggewricht, de onderkant daarentegen is breed en vormt het belangrijkste deel van het polsgewricht. Het is een lang bot, prismatisch in vorm en lichtjes gebogen in de lengte. Tussen spaakbeen en ellepijp bevindt zich een rolgewricht

Dijbeen : 

Dijbeen Het dijbeen (femur) is het langste, grootste en sterkste bot van het menselijk lichaan. Het vormt het deel van het been dat loopt van de knie tot de heup. Het woord femur is Latijn voor dij. In het medisch Latijn is de genitief van femur altijd femoris, maar in klassiek Latijn werd dikwijls ook wel feminis gebruikt, niet te verwarren met het Latijnse woord voor vrouw, femina. De gemiddelde lengte van het dijbeen is ruim 43 centimeter

Knieschijf : 

Knieschijf De knieschijf (Latijn: patella) is een dik, driehoekig bot aan de voorzijde van het kniegewricht. Het is het grootste sesambeen in het menselijk lichaam. De knieschijf ligt ingebed in de pees van de musculus quadriceps femoris (de grote spiergroep aan de voorzijde van het been), en heeft als functie de krachtoverdracht van deze spier op het onderbeen te verbeteren. Onder de knieschijf wordt de pees ligamentum patellae genoemd.

Scheenbeen : 

Scheenbeen Het scheenbeen (of tibia) is het grootste van de twee botten in het been onder de knie bij mensen en andere gewervelden. Het scheenbeen loopt samen met het kuitbeen van de knie tot de enkel. Bij mannen loopt het scheenbeen geheel parallel aan het kuitbeen, maar bij vrouwen is er echter sprake van een lichte verschuiving naar beneden en opzij, om te compenseren voor de verschuiving van het dijbeen

Kuitbeen : 

Kuitbeen Het kuitbeen (of fibula) is het bot dat zijdelings van het scheenbeen is geplaatst, welke aan de boven- en onderkant met elkaar zijn verbonden. Van deze twee is het de kleinste, en, in verhouding tot de lengte, is het het dunste lange bot van alle menselijke beenderen. Aan de bovenzijde is het kuitbeen naast het scheenbeen ook verbonden met de knie, aan de onderkant ook met het sprongbeen. De Latijnse naam fibula komt van een doekspeld, die ongeveer dezelfde vorm heeft als dit bot.

dit is de laatste foto : 

dit is de laatste foto

authorStream Live Help