Molecuul van de twintigste eeuw

Views:
 
Category: Education
     
 

Presentation Description

presentatie bij hoofdstuk 21 van Nectar vwo bovenbouw deel 3

Comments

Presentation Transcript

Slide 1:

Bron : martin-protean.com betavak.nl Molecuul van de twintigste eeuw presentatie H21 van Nectar vwo bovenbouw deel 3

Mutatie:

Mutatie Puntmutatie Eén stikstofbase Genmutatie Aantal stikstofbasen van gen Chromosoommutatie Deel van een chromosoom Plotselinge verandering in genotype Bron: nl.wikipedia.org

Chromosoommutatie (vervolg):

Chromosoommutatie (vervolg) Non-disjunctie Bij elkaar blijven van chromosomen ( meiose I) of chromatiden ( meiose II en mitose). Bijv. syndroom van Down en syndroom van Klinefelter Genoommutatie polyploïdie Er is een veelvoud ontstaan van het normale (2n) chromosomen Bron: nl.wikipedia.org Bron: 10voorbiologie.nl

Gentherapie:

Gentherapie Het inbrengen van genetisch materiaal d.m.v. vectoren in lichaamscellen t.b.v. een geneeskundige behandeling Aandachtspunten: Specifiek Effectief Blijvend Geen afweerreactie oproepen Nieuw gen op geschikte plaats ingebouwd

Molecuulstructuur I:

Molecuulstructuur I Primaire structuur Volgorde (en aantal) aminozuren Wordt bepaald door de volgorde van basen in het DNA Secundaire structuur Ruimtelijke spiraal ( α -helix) of meer gevouwen ( β -plaat) Ontstaat door H-bruggen

Molecuulstructuur II:

Molecuulstructuur II Tertiaire structuur Driedimensionaal vouwpatroon Ontstaat door bindingen van bepaalde restgroepen: H-bruggen S-S-bruggen (ontkoppelen bij denaturatie ) Ionbinding (zijn pH-afhankelijk ) Quaternaire structuur Opbouw uit meerdere en/of verschillende eiwitten ( polypeptideketens ) bijvoorbeeld hemoglobine Secundaire en tertiaire structuur zijn afhankelijk van pH en temperatuur

Slide 7:

Bron: fontys.nl

Controle activiteit van genen:

Controle activiteit van genen Bij prokaryoten d.m.v. repressoreiwitten  RNA-polymerase kan niet binden Bij eukaryoten door DNA-methylering en histonencode schakelen genen aan of uit (= epigenetische code)

Eiwitsynthese:

Eiwitsynthese

Drie typen RNA:

Drie typen RNA mRNA ( messenger ) Transcriptie (het overnemen van de DNA-code in mRNA-codons )  translatie ( mRNA naar eiwit in ribosoom) tRNA (transfer) d.m.v. anticodon één aminozuur meevoeren en binden rRNA ( ribosomaal ) Bevat enzymen voor de aaneenschakeling van de door de tRNA meegevoerde aminozuren

Intron, exon en splicing:

Intron, exon en splicing Intron een deel van een gen dat geen erfelijke informatie bevat voor de vorming van een bepaald eiwit (‘junk’ DNA). Exon een deel van een gen dat de erfelijke informatie bevat die de vorming van een bepaald eiwit mogelijk maakt. Splicing verwijdering introns en samen-voeging exons Bron: en.wikipedia.org

authorStream Live Help